Moeilijk bereikbare psychologen?

Klinisch psychologen die hulp verlenen aan patiënten met mentale of fysieke klachten kan je vandaag vinden in ruwweg 2 soorten locaties:

  • In voorzieningen gesubsidieerd door de overheid, vb. een centrum voor geestelijke gezondheidszorg
  • In private (groeps)praktijken die rechtstreeks toegankelijk zijn. 

In beide gevallen is er geen rechtstreekse financiering voor psychologische zorg.
Psychologen die in loondienst werken in gesubsidieerde voorzieningen zijn afhankelijk van de algemene middelen van de voorziening, er is zelden een budget wat verplicht gereserveerd is voor psychologische zorg.
Zelfstandig psychologen worden vooralsnog niet terugbetaald door de ziekteverzekering zoals een huisarts of kinesitherapeut. 

Beide vormen van onderfinanciering creëert grote wachtlijsten voor psychologische zorg. De gesubsidieerde voorzieningen krijgen te weinig middelen om hun opdracht te doen en zijn daarbij erg wisselend hoeveel van die beperkte middelen ze aanwenden om psychologische zorg te organiseren. De zelfstandig psychologen hebben een vrij tarief en vragen dus in principe wat ze willen. In de praktijk betekent dat ze aan erg lage tarieven werken (ongeveer de helft van hun Nederlandse collega's) om bereikbaar te blijven voor de bevolking. Dit heeft dan echter weer als gevolg dat er maar weinig voltijdse psychologenpraktijken zijn, waardoor er ook daar wachtlijsten ontstaan. 

 

Beterschap op komst?

Aanvullende verzekering van de mutualiteiten

Bijna alle mutualiteiten betalen nu op de één of andere manier een vorm terug van psychologische hulp voor een beperkt aantal sessies. Ze doen dit vanuit hun "aanvullende verzekering", dat is het spaarpotje dat de mutualiteiten opbouwen aan de hand van uw ledenbijdrage. Het is dus niet te verwarren met de ziekteverzekering die gefinancierd wordt vanuit de sociale zekerheid. 

De mutualiteiten beslissen zelf over wat ze met die middelen doen, want het zijn "hun" middelen. Wel, eigenlijk zijn het uw middelen. Het is één van de moeilijke aspecten aan de huidige werking van onze ziekenfondsen. In ieder geval zijn er heel grote verschillen tussen de mutualiteiten in wie wat voor hoeveel en hoe lang terug betaalt. Dit zorgt voor veel verwarring, zowel onder psychologen als hun patiënten.

Het Vlaams PatiëntenPlatform tracht jaarlijks een stand van zaken op te lijsten van deze terugbetaling vanuit de aanvullende verzekering. 

Naar het overzicht van het Vlaams Patiëntenplatform

Een eerste poging tot terugbetaling van psychologen loopt grondig mis

Aan het einde van vorige legislatuur besliste de regering om een heel beperkt budget vrij te maken om te proberen psychologische zorg bij zelfstandig psychologen beter bereikbaar te maken. 

22,5 miljoen € zou geïnvesteerd worden in kortdurende psychologische hulp (4 - 8 sessies) voor volwassenen met lichte tot matige psychische klachten. De regering maakte echter de vergissing om dit niet eerst te bespreken met de groep van psychologen en voerde de maatregel éénzijdig door. Naast het gebrek aan overleg maakte ze daarbij een aantal belangrijke fouten:

Ze ontzegde de patiënten hun rechtstreekse toegang tot de psycholoog door hen te verplichten eerst een huisarts te consulteren. Daarmee werd de drempel tot de psycholoog verhoogd in plaats van verlaagd. 

Ze besteedde de organisatie van deze terugbetaling uit aan de netwerken geestelijke gezondheidszorg zonder de psychologen een duidelijke plek te geven in die netwerken. Hierdoor wordt de rol van het psychiatrisch ziekenhuis nog eens versterkt, terwijl we die eigenlijk zouden moeten ombouwen naar meer ambulante zorg. 

Ze hanteerde een financieel model waarbij psychologen zo'n 20 % van hun omzet zouden moeten inleveren, terwijl die psychologen nu al niet in staat zijn om een voltijdse praktijk uit te bouwen.

Dat laatste hoefde, in het kader van een tijdelijk en beperkt budget, niet zo'n probleem te zijn, maar omdat de regering de maatregel voorstelde als zijnde "de historische terugbetaling van de zelfstandig psycholoog" groeide het wantrouwen onder de psychologen aangezien een dergelijk model onwerkbaar is in de praktijk. 

Lees meer over waarom psychologen niet meedoen met de conventie eerstelijnspsychologische zorg. 

Investeren in psychologische zorg loont

Nochtans tonen heel wat gezondheidseconomische studies aan dat het echt loont om te investeren in psychologische interventies. 

1. Omdat psychologische interventies erg effectief kunnen zijn. 

Studies tonen aan dat psychologische interventies een werkingsgraad hebben van 70 - 80 %. Dat is op hetzelfde niveau als elke andere medische interventie.

2. Geen negatieve bijwerkingen

In tegenstelling tot die andere medische interventies, zoals vb. medicatie, kennen psychologische interventies geen vervelende bijwerkingen. Een psychologische behandeling is echter wel intensief, het is de patiënt zelf die het werk moet doen. De psycholoog treedt op als zijn of haar gids.

3. Return on investment

Psychologische interventies zijn één van de weinige medische interventies die vandaag de dag nog een return on investment kunnen claimen. Studies door gezondheidseconomen tonen aan dat een investering van 1 € 2 tot zelfs 3 € kan opleveren. Dat komt omdat mentale problemen zo'n hoge kost voor ons als samenleving met zich mee brengen. Vanuit dat oogpunt blijft het bijzonder vreemd waarom in ons land, in tegenstelling tot andere Europese landen, belangrijke investeringen uitblijven.