Wordt verwacht in de volgende TKP-nummers

05-07-2018
U kunt al zeker uitkijken naar deze beschreven bijdragen.

Indicatiestelling en behandelconsequenties in de eerste lijn: een psychoanalytische bijdrage -  Annie Van de Vijver

De eerstelijnspsycholoog (ELP) zal in de rol van ‘toegangspoort’ tot de ggz een belangrijke taak krijgen. Het eerste consult bij een psycholoog is voor een cliënt dan ook bijzonder belangrijk: hij moet zich gehoord voelen en ook het best mogelijke antwoord op zijn hulpvraag krijgen. Hiervoor moet de ELP over de nodige competenties en voldoende ervaring beschikken. Het basisdenkkader van de Permanente Vorming Eerstelijnspsychologische Zorg voor volwassenen is het KOP-model (Rijnders & Heene, 2015): (K = O x P); de klacht (K) is het resultaat van een aantal omstandigheden (O) en de persoonskenmerken (P) van de cliënt.  In de loop van mijn psychoanalytische opleiding heb ik de waarde van de structurele persoonlijkheidsdiagnostiek, de relationele dynamiek en de achterliggende denkkaders uit de psychoanalytische traditie leren kennen en gebruiken. Ik denk dan ook dat vanuit dit psychoanalytisch denkkader een belangrijke bijdrage kan geleverd worden aan de invulling van de functie van de ELP. De relatie tussen cliënt en hulpverlener  ̶  die niet enkel in het psychoanalytische denkkader een punt van aandacht is  ̶  verdient volgens mij alle aandacht en dient geanalyseerd te worden. Hierin ligt voor mij het verschil tussen een minimalistische, verarmde en gesimplificeerde invulling van het KOP-model en een maximalistische, meer doorleefde en rijkere invulling van dit model.

 

Psychologenkringen in Vlaanderen: waarom (niet)? - Lynn Delfosse

De eerstelijnszorg wordt als één geheel gezien (inclusief de brede welzijnszorg, de ggz, de gespecialiseerde zorg en preventie) en strekt zich zelfs uit tot andere beleidsdomeinen dan dat van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (onder andere: werk, onderwijs, huisvesting). De eerste stap in het kader van deze reorganisatie is het opdelen van Vlaanderen in ‘eerstelijnszones’ waarbinnen alle partners van Welzijn en Gezondheid samenwerken. Klinisch psychologen behoren tot de ‘verplichte partners’ in zo’n eerstelijnszone. Een goede zaak: het beroep wordt naar waarde geschat en er is inspraak in de verdere uitbouw van de lokale gezondheidszorg. Om deze inspraak op lokaal niveau te realiseren is het echter noodzakelijk ‘psychologenkringen’ op te richten, zoals die al bij andere gezondheidszorgberoepsgroepen bestaan en waarbij de praktijk toont dat die goed zijn ingebed in de lokale structuren. De Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen (VVKP) ontving veel vragen en suggesties inzake het stimuleren van lokale aanspreekpunten van klinisch psychologen. Deze signalen hebben geleid tot de beslissing van het VVKP-bestuur om het opstarten van psychologenkringen te faciliteren.

 

KCE rapport: Hoe de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen verbeteren? - Luc Van de Ven

De geestelijke gezondheidszorg voor ouderen kent nog maar een korte geschiedenis. Toch zien we de laatste decennia tal van ontwikkelingen en nieuwe initiatieven in dit domein. En dat is zeker geen overdreven luxe: iedereen is zich bewust van de demografische realiteit met een enorme toename van het aantal senioren, met binnen deze groep een relatief gezien nog grotere toename van het aantal hoogbejaarden.

Uiteraard zijn er vele senioren die met volle teugen en zeer bewust met hun geliefden van het leven genieten. Maar daarnaast worstelen anderen met angsten of depressieve gevoelens; voor sommigen kan het besef van verminderde cognitieve functies extreem bedreigend zijn.

Vele zorgverleners beschouwen geestelijke gezondheidsproblemen als normale ouderdomsverschijnselen zodat een adequate behandeling achterwege blijft. Een accurate diagnose wordt bovendien nog bemoeilijkt door multimorbiditeit en polymedicatie.

Ondanks deze vaststellingen werden de ouderen in een aantal recente hervormingen van de geestelijke gezondheidszorg ‘vergeten’. Om deze leemten op te vullen, vroeg de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en leefmilieu aan het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) om na te gaan of er in het buitenland modellen voor de zorgorganisatie bestaan die voldoen aan de specifieke behoeften van de geestelijke gezondheidszorg voor ouderen.

 

De combinatie van de Wechsler Adult Intelligence Scale–IV-NL en de Wechsler Memory Scale-IV-NL als neuropsychologische testbatterij - Johan Vereycken

Het samenvoegen van de Wechsler Adult Intelligence Scale-IV-NL en de Wechsler Memory Scale-IV-NL tot een neuropsychologische testbatterij levert een veelheid van diagnostische informatie over het cognitief functioneren op. Daarnaast heeft deze testbatterij nog andere voordelen zoals een multidimensionele benadering van het werkgeheugen, een geïndividualiseerde context voor de interpretatie van de neuropsychologische testresultaten, adequate normgegevens en een meting van de cognitieve inzet. Inmiddels zijn er ook  ̶  zij het nog beperkte  ̶  gegevens beschikbaar over de toepassing van beide instrumenten bij specifieke klinische groepen, waarbij de bevindingen bij patiënten met een traumatisch hersenletsel bijzondere aandacht verdienen. Deze testbatterij heeft evenwel beperkingen en bevat ook een aantal valkuilen en roept praktische vragen op.                     

 

Twee breinen … maken we ze ongedaan? - Jos Peeters

Dit jaar verscheen het boek Twee breinen, met als ondertitel Daniel Kahneman & Amos Tversky: een vriendschap die ons denken veranderde. Het is de vertaling van The Undoing Project: A friendship that changed our minds van Michael Lewis uit 2017. Twee psychologen die plots mythische vormen aannemen in een biografisch boek waarin het verhaal van hun vriendschap wordt verteld? En zij werden beroemd omdat ze ‘dachten over denken’? Een kans om erbij stil te staan via een eenvoudig ABC. Eerst een opsomming van de Antecedenten: hoe is het zover kunnen komen? Vervolgens een overzicht van het Boek zelf. Afsluiten gebeurt met bedenkingen over de Consequenten van het werk van Kahneman en Tversky voor de psychologie en de klinische psychologie: kunnen ze de toekomst van de psychologie helemaal op een ander spoor zetten … of gaan we ze ongedaan maken?

 

Het nut van frames en counterframes in de strijd tegen stigma - Bart Vyncke & Baldwin Van Gorp

Nieuws, verspreid via kranten, internetbronnen, radio of televisie, vormt een belangrijke informatiebron over psychische aandoeningen, net als fictieboeken, films en andere entertainmentmedia (Sieff, 2003). Dit gegeven vormde de aanleiding voor een onderzoek naar de beeldvorming over psychische aandoeningen in de Belgische media, en naar alternatieve voorstellingswijzen die zouden kunnen zorgen voor een minder problematiserende blik. Het eindrapport van dat onderzoek (Van Gorp et al., 2017) maakt gewag van twaalf frames: gekristalliseerde denkkaders die telkens een logisch samenhangende definitie geven van psychische aandoeningen. Vijf van deze denkkaders zijn problematiserend van aard (en worden aangeduid als ‘frames’). De zeven resterende denkkaders zijn deproblematiserend (‘counterframes’). In een vorige editie van het Tijdschrift Klinische Psychologie, besprak Catthoor (2018) deze framinganalyse uitvoerig. In haar betoog keurde Catthoor onder meer het gebruik van de problematiserende frames uit het onderzoek af, en stelde ze zich vragen bij de effecten van framing. In deze repliek gaan twee van de auteurs van het framingrapport dieper in op deze stellingen.

 

Plasticiteit bij een Cerebellair Cognitief Affectief Syndroom (Schmahmanns Syndroom) als gevolg van een cerebellair trauma op jonge leeftijd - Annemie Verwimp, Kim van Dun, Peter Mariën

Het cerebellum werd gedurende lange tijd uitsluitend beschouwd als coördinator van autonome en motorische functies. Sinds 1980 is deze visie echter fundamenteel uitgebreid en werd de rol van het cerebellum in cognitie en affect steeds meer erkend. De invloedrijke studies van Jeremy Schmahmann maakten de betrokkenheid van het cerebellum in (sociale) cognitie, stemming en persoonlijkheid onbetwistbaar. In 1998 introduceerden Schmahmann en medewerkers de term “Cerebellair Cognitief Affectief Syndroom” (CCAS/Schmahmann syndroom). Zij beschreven 20 patiënten met focale cerebellaire letsels en een terugkerend patroon aan cognitieve disfuncties, namelijk (a) gestoorde executieve functies (planning, set-shifting, abstract redeneervermogen, werkgeheugen, en gedaalde verbale vlotheid), (b) afwijkende spatiële cognitie, (c) persoonlijkheidsveranderingen en (d) taalmoeilijkheden (disprosodie, agrammatisme en milde anomie). Er wordt gesteld dat deze disfuncties een gevolg zijn van een verstoring van het cerebello-cerebrale netwerk. Er wordt verondersteld dat cerebellaire laesies op jonge leeftijd permanente cognitieve en affectieve disfuncties kunnen induceren, als gevolg van disruptie van het cerebello-cerebrale netwerk. Bovendien stelt men dat het cerebellum minder plastisch reageert op traumata op jonge leeftijd. Om de potentiële rol van cerebellaire neuroplasticiteit op functioneel niveau na te gaan, beschrijven we een longitudinale opvolging van een patiënte met verworven cerebellaire schade op jonge leeftijd. Het neuropsychologisch onderzoek onthulde significante tekorten op vlak van de visuospatiële en constructieve vaardigheden (constructieapraxie), mentale flexibiliteit en het vinden van doelgerichte strategieën, 44 jaar na het letsel.  Ook op gedragsmatig (affectief) vlak vonden we hardnekkige tekorten: onaangepast sociaal gedrag, zowel in haar privéleven, als op de werkvloer. De patiënt is niet in staat om haar emoties adequaat te reguleren. We veronderstellen dat schade op jonge leeftijd de normale ontwikkeling van cognitie en affect verstoord heeft en dat het cerebellum onvoldoende kan compenseren, wat resulteert in permanente disfunctie.

 

Recensies van de volgende boeken

-        Kortmann, F.A.M. (2016). Culturele competenties in psychiatrie en psychologie: theorie en praktijk.

-        Erard, R., & Evans, F. (Eds.). (2017). The Rorschach in multimethod forensic assessment: Conceptual foundations and practical applications.

-        Van de Voorde, S. (2016). Wijzer in ontwikkelingsstoornissen: een overzicht van theorie en praktijk.

 

 

 

 

 
Deel dit bericht
Deel dit bericht