Resultaten onderzoek noden eerstelijnszorgverleners

28-12-2017
Het Cédric Hèle instituut vzw - Vlaams instituut voor psychosociale oncologie - lanceerde een tijdje geleden een online enquête waarin werd gepeild naar de noden van eerstelijnszorgverleners in de psychosociale ondersteuning van kankerpatiënten. Het onderzoeksrapport is intussen klaar en werd bezorgd aan minister Vandeurzen.

Het Cedric Hèle Instituut (CHi - Vlaams Instituut voor Psychosociale Oncologie) ontving van Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Jo Vandeurzen, een projectsubsidie voor de uitvoering van een onderzoek naar de huidige en toekomstige noden van de eerstelijnszorgverleners (thuiszorg en woonzorg) in het omgaan met psychosociale problemen van kankerpatiënten en op welke manier zij hierin het best kunnen ondersteund worden.

Dit onderzoek kadert binnen de ontwikkelingen van de eerstelijnszorg waarbij er een verschuiving zal gebeuren van aanbod- naar vraag-gestuurde zorg. Daarbij komt dat kanker evolueert naar een chronische ziekte en dat de zorg vanuit het ziekenhuis waar mogelijk in een vroegere fase verschuift naar de thuiszorg. Eerstelijnszorgverleners worden dus steeds meer en sneller betrokken in de zorg voor kankerpatiënten en naasten en dit in verschillende fases van hun ziekteproces. In dit proces is niet alleen de medische zorg voor de patiënt belangrijk, maar ook de psychosociale begeleiding. Om eerstelijnszorgverleners hierin beter te kunnen ondersteunen, werd gepeild naar hun noden.

Resultaten

1018 eerstelijnszorgverleners vulden de vragenlijst in. De zorgkundigen, maatschappelijk werkers en thuisverpleegkundigen zijn veruit het best vertegenwoordigd. Zij zijn voornamelijk werkzaam in thuiszorgorganisaties.

Het overgrote deel van de respondenten geeft aan over onvoldoende kennis, vaardigheden en (medische en/of psychosociale) informatie over de patiënt te beschikken om hen te kunnen ondersteunen bij psychosociale problemen. Opvallend is dat de meerderheid van de huisartsen aangeeft wel over voldoende kennis, vaardigheden en informatie over de patiënt te beschikken.

Om kennis en vaardigheden te verwerven, wordt opleiding in de traditionele vorm gezien als de meest geschikte manier. De huisartsen vinden daarnaast ook e-learning geschikt.

Volgens de meerderheid van de respondenten is transmurale en multidisciplinaire samenwerking nodig om voldoende informatie over de patiënt te hebben, maar gebeurt dit te weinig.
Opvallend is dat de samenwerking met psychologen in de toekomst als erg belangrijk wordt geacht maar dat de huidige samenwerking met hen zowel in de eerste als in de tweede lijn niet goed wordt gescoord.

Samenkomst en mail worden beschouwd als de beste manieren om samen te werken, zowel met zorgverleners in het ziekenhuis als in de eerste lijn. Huisartsen willen liefst telefonisch overleggen en vinden alleen binnen de eerste lijn samenkomst een goede manier. Ook een beveiligd elektronisch platform wordt aangehaald als goede manier van samenwerken.

De meerderheid geeft aan ‘soms’ voldoende aandacht te kunnen geven aan de psychosociale noden van hun patiënten, in tegenstelling tot de huisartsen, die vinden dat ze hier ‘vaak’ voldoende aandacht aan kunnen geven. Tijdsgebrek/te hoge werkdruk wordt vermeld als de meest bepalende factor hiervoor. Ook onvoldoende kennis, vaardigheden en/of ervaring en onvoldoende info over de (noden van de) patiënt worden vaak aangehaald.

Over het algemeen kunnen we stellen dat, om een betere psychosociale ondersteuning te kunnen bieden aan kankerpatiënten, de eerstelijnszorgverleners nood hebben aan meer opleiding en/of bijscholing, meer en betere multidisciplinaire en transmurale samenwerking (en overleg) en meer tijd.

Klinische- maatschappelijke- en/of wetenschappelijke relevantie

Op basis van de resultaten zal het opleidingsaanbod van het CHi aangepast worden, i.s.m. partners zoals ziekenhuizen en palliatieve netwerken, zodat de eerstelijnszorgverleners de nodige ondersteuning krijgen om kwaliteitsvolle zorg te (blijven) bieden.
Het CHi zal ook het netwerk van eerstelijnspsychologen met oncologische ervaring in kaart brengen en zichtbaar maken, zodat de samenwerking en doorverwijzing vlotter kan verlopen.

Daarnaast werden beleidsaanbevelingen vanuit het werkveld opgesteld:

  1. Stimuleer en faciliteer opleiding voor zorgverleners in de eerste lijn
  2. Stimuleer en faciliteer gegevensdeling
  3. Stimuleer en faciliteer multidisciplinaire samenwerking 
 
Deel dit bericht
Deel dit bericht