Jaargang
32 nr. 1/2 maart-juni 2002
(ism.
Tijdschrift voor Seksuologie)
Inleiding
Seksueel delinquenten: een overzicht rondom theorie, diagnostiek en
behandeling.
Chijs van Nieuwenhuizen, Dirk de Doncker, Daan van Beek en Luk Gijs
Artikels
Strafbare seksualiteit en seksueel deviant gedrag:
definities en prevalenties.
Jos Frenken
Etiologische theorieën over seksueel
agressief gedrag: een inleidend overzicht.
Luk Gijs
Interpersoonlijke factoren bij de verklaring van
pedoseksueel gedrag op grond van structurele equatiemodellen.
Classificatie van pedoseksuelen en verkrachters.
De klinische psychologische diagnostiek van plegers
van seksueel misbruik: een diagnostische strategie en instrumentarium.
Biomedische diagnostiek bij plegers van seksueel
geweld.
Risicotaxatie bij zedendelinquenten: een globaal
literatuuroverzicht.
De rol van cognitieve vervormingen in het plegen van
pedoseksuele delicten en hun plaats in de behandeling.
Biomedische interventies bij plegers van seksueel
geweld.
Effectiviteit van psychotherapeutische behandeling
bij plegers van seksueel geweld.
De juridische en strafrechtelijke bemoeienis met plegers van seksueel geweld/misbruik: een overzicht van de Belgische en Nederlandse situatie.
Hilde Tubex
ABSTRACTS
Inleiding
Seksueel
delinquenten: een overzicht rondom theorie, diagnostiek en behandeling.
Chijs van
Nieuwenhuizen, Dirk de Doncker, Daan van Beek en Luk Gijs
Voor
u ligt een bijzonder themanummer. Bijzonder omdat het een coproductie betreft
van het ‘Nederlands’ Tijdschrift voor Seksuologie en het Vlaams Tijdschrift
voor Klinische Psychologie. De reden dat de kernredacties van deze twee
tijdschriften de krachten hebben gebundeld, heeft alles te maken met een tweede
reden waarom dit een buitengewoon themanummer is: het nummer is namelijk geheel
gewijd aan theorie, diagnostiek en behandeling van seksueel delinquenten.
De laatste jaren
hecht de maatschappij zeer veel aandacht aan (de behandeling van) daders van
seksueel geweld. Voor Vlaanderen is deze belangstelling versterkt sinds de
affaire Dutroux (1996) en in Nederland door onder meer de ‘Uithof
verkrachter’ en de groepsverkrachting van een gehandicapt meisje. Eén van de
consequenties van dergelijke opzienbarende zedenzaken is een toegenomen
kritische, maatschappelijke en politieke aandacht voor de hulpverlening aan
daders van seksueel geweld. Al dan niet terecht wordt verwacht dat de
maatschappij verlost wordt van deze daders, ofwel door ze levenslang op te
sluiten, ofwel door hen een behandeling aan te bieden met de absolute garantie
dat geen van deze zedendelinquenten opnieuw in de fout zal gaan. Het streven
dient dus een recidivepercentage van nul te zijn.
De
vraag is echter of het haalbaar is om aan deze vraag vanuit de maatschappij en
de politiek te voldoen. Anders geformuleerd: wat is de huidige wetenschappelijke
stand van zaken rondom de theorie, diagnostiek en behandeling van plegers van
seksueel geweld? De doelstelling van dit themanummer is om een helder overzicht
te bieden van de huidige stand van zaken rondom zedendelinquenten - zonder
daarbij overigens de pretentie te hebben een volledige ‘state-of-the-art‘ te
geven. De gastredactie heeft daarbij gekozen om primair aandacht te besteden aan
de mannelijke plegers van seksueel geweld. Dit betekent dat slechts incidenteel
aandacht zal worden besteed aan minderjarige (vrouwelijke of mannelijke) daders
van seksueel geweld en/of volwassen, vrouwelijke seksueel delictplegers.
Daarnaast heeft de gastredactie de bijdragen geordend rondom een aantal
kernthema’s namelijk: ‘theorieën over daders van seksueel geweld’,
‘diagnostiek van daders van seksueel geweld’, ‘interventies ten aanzien
van daders van seksueel geweld’, en ‘juridische en strafrechtelijke stand
van zaken rondom daders van seksueel geweld’.
Artikels
Strafbare
seksualiteit en seksueel deviant gedrag: definities en prevalenties.
Welke seksuele gedragingen worden in Nederland strafbaar gesteld? Wat is de omvang van de seksuele criminaliteit? Mensen kunnen ook in behandeling komen als zij al dan niet strafbaar parafiel gedrag vertonen en daaronder lijden. Wat is parafilie en welke parafilieën kunnen worden onderscheiden? Dit inleidend artikel geeft definities en prevalentiecijfers. Het blijkt dat –op een enkele uitzondering na- er weinig betrouwbare gegevens voorhanden zijn over afwijkend seksueel gedrag.
Etiologische
theorieën over seksueel agressief gedrag: een inleidend overzicht.
Luk Gijs
Interpersoonlijke factoren bij de verklaring van
pedoseksueel gedrag op grond van structurele equatiemodellen.
In deze bijdrage
werd de invloed van interpersoonlijke factoren op pedoseksualiteit onderzocht.
De variabelen ouderlijke sensitiviteit, veilige romantische volwassen hechting,
vertrouwen en persoonlijkheidsstoornissen, werden in een hypothetisch model
ingebracht en getoetst bij een groep pedoseksuelen. Op grond van fitindices
vonden we dat het hypothetisch padanalytisch model overeenstemde met de
geobserveerde waarden. De variabelen ouderlijke sensitiviteit, interpersoonlijke
factoren en persoonlijkheidsstoornissen verklaarden ongeveer 20% van de
variantie in de afhankelijke variabele pedoseksualiteit. Deze bevindingen
nodigen uit het onderzoek verder te zetten naar de invloed van interpersoonlijke
factoren op intra- en extrafamiliaal pedoseksueel gedrag en preferentieel en
situationeel pedoseksueel gedrag.
Classificatie van pedoseksuelen en verkrachters.
Dit
artikel behandelt de classificatie van plegers van seksueel misbruik jegens
kinderen en volwassenen. Voor beide groepen biedt het een overzicht van
invloedrijke classificaties van de afgelopen veertig jaar waarbij de aandacht
gevestigd wordt op de evolutie van een klinische naar een empirische
methodologie. De empirisch onderbouwde classificatiesystemen van Knight en
Prentky (1990) worden uitgebreider besproken en aan een kritische evaluatie
onderworpen. Tot slot volgt een vermelding van twee recente ontwikkelingen in
relatie tot een klinisch bruikbare en empirisch gefundeerde classificatie: de
eerste doet beroep op het concept ‘hechting’ en de tweede vertrekt vanuit
beschrijvende modellen van de processen die leiden tot seksueel
grensoverschrijdend gedrag.
De
klinische psychologische diagnostiek van plegers van seksueel misbruik: een
diagnostische strategie en instrumentarium.
Dit artikel
heeft een tweeledige bedoeling, vooreerst de introductie van een model voor een
(psycho)therapeutisch georiënteerde diagnostische strategie, toegepast binnen
het kader van een cognitief gedragstherapeutisch behandelingsprogramma voor
volwassen mannelijke plegers van seksueel misbruik en ten tweede een
inventarisatie van psychodiagnostische technieken en instrumenten die bij deze
aanpak aangewend kunnen worden. Bij de bespreking van het instrumentarium voor
de diagnostiek van plegers van seksueel misbruik wordt de focus gelegd op
vragenlijsten en interviews die in het Nederlands beschikbaar zijn.
Biomedische
diagnostiek bij plegers van seksueel geweld.
De nog
beperkte mogelijkheden van biomedische diagnostiek op het vlak van
psychopathofysiologische en biopathofysiologische aspecten van belang bij
plegers van seksueel geweld worden toegelicht.
De evaluatie van de deviante seksuele voorkeur,
op basis van de meting van de deviante seksuele opwinding,
door middel van penisplethysmografisch onderzoek is, tot op heden, het
enige bruikbare diagnostische onderzoek, indien voorafgaand gevalideerd, op
adequate wijze uitgevoerd en rekening houdend met de beperkingen van het
onderzoek.
Als biopathofysiologische aspecten van belang
bij plegers van seksueel geweld, worden zowel de rol van testosteron,
serotonine en dopamine binnen de biopathofysiologie van plegers van seksueel
geweld besproken. Tevens wordt het belang van structurele en functionele
hersenafwijkingen, zoals vastgesteld d.m.v. beeldvormingsonderzoek van de
hersenen, toegelicht. Verder onderzoek rond deze biopathofysiologische aspecten
van belang bij plegers van seksueel geweld zal nodig zijn, vooraleer er concrete
bijdragen op het vlak van de biomedische diagnostiek mogen verwacht worden.
Risicotaxatie
bij zedendelinquenten: een globaal literatuuroverzicht.
In
dit artikel wordt een overzicht gegeven van risicotaxatie bij zedendelinquenten.
Allereerst wordt het begrip 'risicotaxatie' in algemene zin toegelicht waarbij
aandacht wordt besteed aan de waarde van klinische en statistische
predictiemethoden. Vervolgens wordt stilgestaan bij welke risicofactoren er bij
zedendelinquenten zijn vastgesteld op basis van empirisch onderzoek. Hierbij
wordt onderscheid gemaakt tussen statische en dynamische factoren. Daarna volgt
een beschrijving van vijf veelgebruikte instrumenten voor het inschatten van het
recidiverisico bij zedendelinquenten. Het artikel wordt afgesloten met een
aantal aanbevelingen ter verbetering van risicotaxatie bij zedendelinquenten.
De
rol van cognitieve vervormingen in het plegen van pedoseksuele delicten en hun
plaats in de behandeling.
Het verschijnsel cognitieve vervormingen is de laatste jaren steeds belangrijker geworden in de theorie en de behandeling van seksuele delinquenten. Waar eerder cognitieve vervormingen samengevat werden als verschillende vormen van bewust ontkennen, blijken ook een aantal andere psychologische processen aan deze vervormingen ten grondslag te liggen. Hierop doorwerkend is het theoretisch concept van de impliciete theorieën ontwikkeld. De huidige stand van zaken omtrent cognitieve vervormingen wordt vervolgens op het zelfregulatiemodel (Ward, Hudson en Keenan, 1998) toegepast. In het tweede deel van dit artikel wordt de therapeutische consequentie van genoemde visie uitgewerkt. Aan de hand van de beschrijving van de belangrijkste interventies, en daaraan gekoppelde voorbeelden, wordt de behandeling van cognitieve vervormingen inzichtelijk gemaakt.
Biomedische
interventies bij plegers van seksueel geweld.
Voorheen werden chirurgische castratie en
neurochirurgie toegepast als biomedische interventies ter behandeling van
plegers van seksueel geweld.
Actueel wordt binnen de farmacotherapie van
plegers van seksueel geweld, enerzijds de hormonale behandeling en anderzijds
psychofarmacotherapie aangewend. Deze medicamenteuze behandeling dient ingesteld
te worden op weloverwogen indicatie en dient steeds deel uit te maken van een
ruimere psychotherapeutische aanpak of begeleiding van de patiënt.
Farmacotherapie kan bovendien slechts ingesteld worden na voorafgaand
‘informed consent’.
Binnen de hormonale behandelingen wordt er
actueel voornamelijk gebruik gemaakt van anti-androgenen - de meest onderzochte
medicamenteuze behandeling van plegers van seksueel geweld.
De eerste studies met betrekking tot hormonale
behandeling met het gebruik van de nieuwere Luteinizing Hormone Releasing
Hormone (LHRH)-agonisten geven hoopvolle resultaten - een grotere rol voor deze
preparaten mag worden verhoopt.
Hormonale behandeling veroorzaakt een
‘reversibele’ chemische castratie. Deze vorm van behandeling levert een
globale reductie van deviante, zowel als conventionele, seksuele drang en
opwindbaarheid op. Een vermindering van recidive wordt gerapporteerd. Een groot
voordeel, bij de doorgaans weinig tot behandeling gemotiveerde populatie van
plegers van seksueel geweld, is de mogelijkheid tot eenvoudige controle van de
therapietrouw door middel van controle van de testosteronconcentratie.
De psychofarmacologische behandeling maakt op
basis van de vooralsnog methodologisch arme studies bij voorkeur gebruik van
serotonerge preparaten.
Serotonerge
psychofarmaca lijken voornamelijk voorgeschreven te worden wanneer het gedrag
een sterk impulsief of obsessief-compulsief karakter vertoont, alsook in geval
van co-morbiditeit met obsessief-compulsieve stoornissen,
impulscontrolestoornissen of affectieve stoornissen. Serotonerge psychofarmaca
zouden, in tegenstelling tot de hormonale behandelingen, mogelijks eerder
specifiek inwerken op de deviante seksualiteit.
Gezien, in tegenstelling tot de hormonale behandeling, de therapietrouw
in de meeste gevallen niet eenvoudig kan gecontroleerd worden, kan deze vorm van
behandeling enkel ingesteld worden in geval van verwachting van redelijke
therapietrouw en beperkt gevaar voor derden.
Er
is een uitgesproken nood aan verder onderzoek met betrekking tot farmacotherapie
bij plegers van seksueel geweld.
Effectiviteit
van psychotherapeutische behandeling bij plegers van seksueel geweld.
Dit artikel biedt een overzicht van effectstudies naar de psychotherapeutische behandeling van seksuele delinkwenten. De besproken behandelingen zijn voornamelijk cognitief-gedragstherapeutisch. Een aantal ernstige methodologische beperkingen worden besproken, die het vrijwel onmogelijk maken om duidelijke conclusies te trekken over het effect van psychotherapeutische behandeling bij seksuele delinkwenten..
De juridische en
strafrechtelijke bemoeienis met plegers van seksueel geweld/misbruik: een
overzicht van de Belgische en Nederlandse situatie.
Hilde Tubex