Jaargang
31 nr. 4 december 2001
Bob
Cools
Van mij mag hij
doodgaan
Peter Rober
Ethische dilemma's bij Vlaamse klinisch psychologen: een empirisch
onderzoek
Mia Leijssen en Anne-France Deschrijver
Zinnenaanvullijst Curium (ZALC). Een instrument voor
het meten van ego-ontwikkeling.
Laurence
Claes & Hans Vertommen
Counseling en psychotherapie: verwant maar duidelijk onderscheiden
Mia Leijssen
De klinisch gerontopsycholoog: een nieuwe heelmeester voor oud zeer
Luc Van de Ven
De meting van het zelfconcept: onderzoek bij Vlaamse
adolescenten met de Self Description Questionnaire III
Johan Simons en Joke Simons
Munchausen syndroom (by proxy): classificatie versus klinische
diagnostiek
An Lievrouw
in kortgeding
in het geding
ABSTRACTS
Beroepsethiek
Ethische
dilemma’s bij Vlaamse Klinisch Psychologen: een empirisch onderzoek.
Mia Leijssen en Anne-France
Deschrijver
In 2000 werd in Vlaanderen een empirisch onderzoek naar
ethische dilemma’s bij klinisch psychologen gehouden. Het betreft een
replicatie van eerdere internationale enquêtes, zodat vergelijkingen tussen
verschillende landen mogelijk zijn. De vijf belangrijkste dilemma’s die door
de Vlaamse klinisch psychologen
worden gemeld zijn: geheimhouding als er gevaar dreigt; autonomie van de patiënt in conflict met waarden van de
psycholoog; interventies die mogelijks schade aanrichten; onethisch gedrag van
collega’s; rolvermengingen meer bijzonder in de forensische sector. Deze
actuele knelpunten worden toegelicht vanuit de recente vakliteratuur en ter
afronding volgen telkens vuistregels waarmee psychologen die dilemma’s in de
praktijk kunnen benaderen. Tot besluit worden suggesties voor verbetering van de
beroepscode geformuleerd.
Forum
De
klinisch gerontopsycholoog: een nieuwe heelmeester voor oud zeer.
Luc
Van de Ven
Het
klinkt zo stilaan als een bekend refrein: de bevolking veroudert, de vergrijzing
van de maatschappij is een feit, de ‘dubbele vergrijzing’ (een procentueel
nog meer uitgesproken toename van het aantal hoogbejaarden) is onafwendbaar.
Een
leuke vaststelling, want de meesten onder ons hebben nog vele jaren voor de boeg
waarin we van een welverdiende rust kunnen genieten omringd door onze partner,
vrienden, kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Dit klinkt veelbelovend, maar wellicht toch ook een beetje
beangstigend. Hoe zit het immers
met de kwaliteit van dit langer wordende leven ?
De oude dag heeft inderdaad ook kwalijke trekjes, zowel op psycho-sociaal
als op lichamelijk vlak. Vanuit
deze bezorgdheid is de professionele hulpverlening zich in toenemende mate gaan
richten op de ouderen. De klinische
psychologie is hierbij in Vlaanderen, in vergelijking met de ons omliggende
landen, eerder aarzelend uit de startblokken geschoten.
Tot op heden is het aantal klinische gerontopsychologen beperkt, al zien
we de laatste jaren een toenemende belangstelling vanwege jonge psychologen voor
ouderen met psychische problemen.
In
wat volgt zoeken we een antwoord op de volgende vragen: klinische
gerontopsychologen, wie zijn ze ? wat doen ze ?
welke knelpunten ondervinden ze ?
Artikels
De
meting van het zelfconcept: onderzoek bij Vlaamse adolescenten met de Self
Description Questionnaire III.
Johan
Simons & Joke Simons
De
volgens het hiërarchisch model opgebouwde vragenlijst van Marsh voor de
inventarisatie van het self-concept/self-esteem (SC/SE) wordt in dit onderzoek
vertaald en afgenomen van een groep Vlaamse adolescenten. In totaal worden 1119
jongeren met een gemiddelde leeftijd van 20 jaar bevraagd. Na analyse blijkt de
vragenlijst op een Vlaamse populatie zeer betrouwbaar te zijn. Gezien het feit
dat op een groot aantal schalen culturele verschillen meespelen, werd een
voorlopige Vlaamse normering opgesteld. Hierbij bleek dat het ook nodig is
aparte normen voor jongens en meisjes te hanteren.
Munchausen
syndroom (by proxy): classificatie versus klinische diagnostiek
An Lievrouw
De classificatie van het ‘munchausen syndroom’
(MS, i.e. de simulatie of inductie van psychische of fysieke symptomen op het
eigen lichaam teneinde een bepaalde verhouding tot een arts te kunnen
instandhouden) en het ‘munchausen syndroom by proxy’ (MSBP, i.e. de
simulatie of inductie van psychische of fysieke symptomen op het lichaam van
iemand anders teneinde een een bepaalde verhouding tot een arts te kunnen
instandhouden, meestal in de moeder-kind-relatie) blijkt vaak vanuit een
culpabiliserende positie te gebeuren en is bijgevolg weinig zinvol binnen een
klinische benadering. We poneren dat het noodzakelijk is om tot een klinische en
structurele benadering te komen, waarbij de descriptieve fenomenologie niet
langer de bovenhand haalt. Bij een dergelijke klinische, structurele diagnostiek
moeten we de verhouding van de moeder t.o.v. haar kind (MSBP), haar lichaam en
de arts (zowel MS als MSBP) in kaart brengen. Bovendien zal deze vorm van
diagnostiek toelaten om richtlijnen te distilleren m.b.t. psychologische
begeleiding.